VARA live vanuit Zuidlaren (1968)

tekst: Hans Knot

Het is toch leuk om af en toe eens vijftig jaar terug in de tijd te gaan. We hebben het dan over 1968 en uiteraard werd er in die dagen ook volop over traditionele uitspattingen geschreven. Soms zelfs weken van te voren. De derde dinsdag in oktober was toen ook al heel lang de vaste dag voor het bezoeken van het programma dat er was gemaakt rond de traditionele paardenmarkt in Zuidlaren. Menig Groninger en vooral Drentenaar gingen daar naar toe, vaak de avond van tevoren om volop te feesten en zich te laven aan zaken die vaak op andere momenten niet tot zich werden genomen.

Reeds medio september 1968, midden in de periode dat er volop werd gediscussieerd binnen de roodste omroep van Nederland, de VARA, om al dan niet het hanengekraai bij het openen van de dag op de radio af te schaffen, kwam de persdienst van deze omroep naar buiten met de mededeling dat men op 15 oktober een speciaal programma zou gaan presenteren vanaf locatie. Iets wat in die tijd zeer speciaal kon worden genoemd, mede daar de technische mogelijkheden bij lange na niet ontwikkeld waren zoals heden ten dage. Er dienden straalverbindingen aangelegd te worden door de PTT, die soms weken van tevoren dienden te worden aangevraagd. Een simpele verbinding via internet, zoals voor ons nu gebruikelijk is, was nog een ver van mijn bed gebeuren.

In ieder geval maakte men bekend dat de VARA-radio op de derde dinsdag in oktober een programma vanaf de paardenmarkt in Zuidlaren zou gaan brengen. Het betrof hier een platenshow, die rechtstreeks werd uitgezonden tussen negen uur in de ochtend en zes uur ’s avonds en wel via Hilversum III, dat via de 240 meter middengolf destijds haar programma’s liet uitstralen via een zender die beheerd werd door de Nozema.

Het programma werd die dag gepresenteerd tussen het vee, het rumoer en de menigte en het bevatte veel hits en vooral verzoekplaten. Er was een aardige afvaardiging naar het Noorden toegestuurd om Zuidlaren onder aandacht te brengen. De presentatie was namelijk in handen van Hilde Smit, Herman Stok, Aard Bis, Kees van Maasdam en Hans Hamburger. De verslaggeving was in handen van Jan de Graaf. Je vraagt je af of je echt van verslaggeving kon praten want de achtergrondinformatie die Jan de Graaf ieder uur bracht mocht maximaal twee minuten duren.

Technisch werd het team van de VARA trouwens ondersteund door medewerkers van de RONO, de regionale omroep Noord en Oost, dat destijds nog volledig onder verantwoordelijkheid van de NRU, de Nederlandse Radio Unie, viel. Vanuit het studiocomplex aan het Prinsenhof in de Martinistad Groningen was niet alleen door de aanwezige technische know-how ondersteuning verleend maar was er ook een telefonisch steunpunt ingericht.

Rond die tijd werd ook bekend dat de eerste fase van de verbouwing van het Prinsenhof-complex voor huisvesting van de RONO in 1967 klaar kon komen. Let wel het was 1966 en de kosten van deze eerste fase bedroegen f 305.000. Omdat aan de gemeente, die betrokken was bij de verbouwing, een subsidie werd toegekend van ongeveer f 97.000 en wel omdat de verbouwing als werkgelegenheidsobject werd beschouwd, bleven de financieringsmiddelen tot rond de 200.000 gulden beperkt.

Het Prinsenhofcomplex was destijds voor een termijn van ongeveer 10 jaar aan de Stichting Nederlandse Radio Unie, later vallend onder de NOS, verhuurd. Bij het overleg met de NRU bleek dat de financiering van de totale verbouwingskosten (f 1.810.000) door de Stichting niet mogelijk was.

Het plan had destijds betrekking op het Prinsenhof-complex met uitzondering van het gedeelte dat in gebruik was bij de Stichting Groningen voor Sociaal en Cultureel werk, de ruimten naast en boven de Gardepoort en de zogenaamde voormalige stallen. Deze ruimten werden bij een latere uitbreiding van de RONO deels ook in gebruik genomen.

De eerste fase omvatte het verbouwen van een vleugel die in gebruik was geweest voor de huisvesting van de Stichting Centraal Woningbeheer. In deze vleugel waren de kantoren met de ruimten voor de directie geprojecteerd. Ook werden het ketelhuis voor de verwarming en de klimaatregeling en hoofdschakelruimten voor de elektrische installatie van het hele complex tot stand gebracht. In latere fases werden de studio’s en de kantoren in de verschillende vleugels van het complex geprojecteerd.

Heel uitgebreid over de verbouwing van het Prinsenhofcomplex in de eind jaren zestig en begin jaren zeventig heb ik eerder gepubliceerd gelardeerd met tal van foto’s via
http://www.icce.rug.nl/~soundscapes/DATABASES/RON/ron01.shtml
Uiteraard komt de vraag op hoe de Zuidlaardermarkt, die al een historie van meer dan 700 jaren had, was beleefd. Het was al zeer vroeg in de ochtend dat van allerlei kanten de eigenaren van paarden hun weg naar Zuidlaren vonden in de nevels van de herfstige najaarsmorgen. Uiteraard werd daar in 1968 al vervoer via auto’s verzorgd om de paarden een plek te geven rond de ‘Drenkdobbe’ waar eeuwenoude bomen enigszins dekking gaven voor het herfstige weer.

Zoals gebruikelijk in Zuidlaren werd die derde dinsdag in oktober de markt geopend via klaroengeschal van de militaire drumband van de kazerne in het dorp. Een drukte van jewelste want vaste prik was het werk van de vele dierenartsen die eerst het aanbod aan paarden dienden te keuren alvorens de beesten toegelaten werden tot de markt en dus de handel.

Naast de handel in allerlei soorten paarden waren er ook stalletjes met een lengte van enkele honderden meters van handelaren die allerlei zaken aan de man probeerden te krijgen. De regionale krant, Nieuwsblad van het Noorden, liet een van haar journalisten ook een bezoek brengen aan het gebeuren waarop hij melding maakte van een grote winkel van Sinkel, waarbij tal van standwerkers werkelijk van alles te koop was. ‘Met het vanouds bekende handje-plak bekrachtigden de veehandelaren hun bod. Onder de paarden die die dag verhandeld werd was ook ‘Eelke’ die een jaar lang de mascotte van het Zuidlaarder Garnizoen was geweest.’

Men had inmiddels de beschikking over een nieuwe mascotte gekregen en de eregast van de organisatie van de Zuidlaardermarkt, Prins Claus, werd door overste Hageman van het in het dorp gelegerde bataljon om toestemming gevraagd het nieuwe paard ‘Friso’ te mogen noemen – naar de destijds jongste zoon van de prins.

Traditioneel was ook de komst van een afvaardiging van de studentenvereniging Vindicat uit Groningen. Op een vijfpersoons tandem arriveerde de lustrumcommissie van het Groninger Studentencorps bij het Laarwoud en men had een verrassing door een fietsje voor de zeer jonge zoon van Prins Claus aan te bieden, waarbij Claus vroeg om toestemming zodat de oudste zoon Willem Alexander het fietsje voor zijn broer kon gaan inrijden.

In totaal waren er die betreffende dinsdag meer dan 100.000 bezoekers in het dorp op de rand van de provincie Groningen en Drenthe. Een traditie is de Zuidlaarder bol, die ieder jaar volop te koop is in de winkels in de provincies Drenthe en Groningen. Duidelijk werd tijdens de voorlichting aan Prins Claus dat bakkerij Hovius ook dat jaar weer garant had gestaan voor de productie van liefst 12.000 Zuidlaarder bollen. Naast de handel in deze lekkernij werden er in 1968 2643 paarden en pony’s verhandeld terwijl ook 1752 koeien van eigenaar veranderden. Over het aantal liters aan jenever en andere sterke drank dat van eigenaar is veranderd werd destijds niets bekend gemaakt, evenmin of de eerder gememoreerde VARA medewerkers het wel naar hun zin hadden gehad in het hoge Noorden.

Comments are closed.