Het Nederlands Genootschap Reclame eind oktober 1962 bijeen in Eindhoven

tekst: Hans Knot

Radio is niet alleen luisteren maar vooral de geschiedenis van de radio in allerlei facetten vastleggen, hoewel dit voor veel minder mensen geldt dan die luisteren. Het is slechts een klein aantal lieden dat zich daar mee bezighoudt en ikzelf heb het genoegen al 49 jaar actief te zijn op het gebied van het vastleggen van een stuk van deze vorm van cultuurgeschiedenis. Het is me dan ook een genoegen een zijstap te maken en wel naar een speciale bijeenkomst die in 1962 plaatsvond.

Op 25 oktober 1962 was er de openingsrede tijdens het 24ste congres van het Genootschap der Reclame, dat in dat jaar in Eindhoven werd gehouden. In zijn welkomstwoord tot ongeveer 700 deelnemers heeft de toenmalige voorzitter van het genootschap, jhr. W. van Andringa de Kempenaer, het niet nagelaten de belangrijkste zaken aan te halen. Hij formuleerde onder meer de standpunten ten opzichte van eventuele plannen te komen tot commerciële televisie in Nederland; het succes van Radio Veronica; de revolutionaire toenmalige ontwikkeling van nieuwe distributiemethoden en de visie van de minister van Economische Zaken op de bescherming van de consument. Ook besteedde hij enkele woorden aan de toen op handen zijnde verbreking der overeenkomst tussen belanghebbenden in het reclamevak, destijds ook bekend onder de noemer: ‘regelen voor het advertentiewezen.’

Ook tijdens de toespraak van De Kempenaer bleek andermaal hoe gevoelig ‘Veronica’ bij bepaalde groeperingen lag. Hij vroeg namelijk begrip voor zijn schroom ‘het kind Veronica zomaar bij naam te noemen‘ en zei dat hij niet blind was voor de toenmalige situatie betreffende het radiostation. Liefst twaalf miljoen harde guldens waren in de 12 maanden vooraf voornoemd congres binnengekomen bij Radio Veronica. Gelden die volgens hem door de meest eerbare ondernemers in het medium commerciële radio geïnvesteerd waren.

Hij beschouwde Radio Veronica als een ‘inventieve reactie op een actie waarvoor geen steekhoudende juridische argumenten waren aan te voeren’. Tijdens de toespraak, gehouden in het Eindhovense Hotel ‘De Cocagne’, stelde de voorzitter verder: “Wanneer men van bepaalde zijde alle pogingen in het werk stelt om ons met negatie van alle grondwettelijke recht op vrije meningsuiting, de mond te snoeren, kan men op zijn klompen aanvoelen, dat er in ons land een reactie komt. De 12 miljoen harde guldens, die eerbare Nederlandse industriëlen in een jaar tijd in Radio Veronica hebben geïnvesteerd, hebben geleid tot verbluffende industriële resultaten. De economische bestaansmogelijkheid en het grote commerciële effect van radioreclame zijn hiermede ook in ons land onweerlegbaar bewezen.”

In zijn toespraak ging De Kempenaer ook in op de uitingen van de Leidse Professor in het Volkenrecht, Van Panhuys, dat gezien de moderne interpretatie van de vrijheid van meningsuiting, een zendvergunning aan een commerciële gegadigde niet op goede gronden kon worden geweigerd. De Kempenaer stelde daarop dat hij het liever had gezien dat alle betrokken legaal door de overheid in staat zouden zijn gesteld binnen de territoriale wateren te gaan functioneren.

Ook ging hij in op de komst van eventuele commerciële televisie: “Nu, in het juist begonnen parlementaire jaar, naar wordt verwacht, inzake de commerciële televisie, de knoop zal worden doorgehakt en men weet dat de regering er positief tegenover staat, wil ik namens de reclamewereld en het bedrijfsleven het parlement op het hart drukken: doe het wel en zie niet om!”

Het was een redactioneel artikel in ‘de Telegraaf’ van 26 oktober 1962, betrekking hebbende op het congres, dat ook nog de aandacht trok: ‘In één jaar tijd hebben Nederlandse bedrijven voor twaalf miljoen gulden geadverteerd via Radio Veronica. Het is duidelijk dat de bedrijven, die dit gedaan hebben en nog voortgaan dit te doen, die niet uit sympathie voor Radio Veronica hebben gedaan, noch uit drang tot experimenten. Zij hebben dit gedaan omdat zij bemerkten dat het een zeer effectieve wijze van reclame was, die hun omzet aanzienlijk deed toenemen.’ Uiteraard was deze opmerking niet zo verwonderlijk gezien het aantal luisteraars dat de medewerkers van Radio Veronica inmiddels hadden opgebouwd.

Vervolgens ging het redactionele artikel over in een oproep aan de regering, waarbij in gedachten dient te worden genomen dat een elf-tal jaren later de redactie van dezelfde ‘Telegraaf’ zich heel anders ging opstellen inzake de toekomst van Radio Veronica.

Er werd namelijk het volgende gesteld: ‘Honderden duizenden, eveneens de wet eerbiedigende Nederlanders, die, gezien de resultaten van deze reclame, de uitzendingen van Radio Veronica blijkbaar als iets vanzelfsprekende in hun dagelijks leven hebben opgenomen. Het is weer een aanwijzing dat regering en parlement de klok niet meer mogen terugzetten. Men kan natuurlijk een half-illegale situatie niet laten voortbestaan. Er zijn echter mogelijkheden om de situatie te legaliseren.’ Een redactioneel artikel met een open einde, daar niet werd aangegeven welke de mogelijkheden tot legalisering van Radio Veronica bedoeld werden.

Comments are closed.