1964: REM-perikelen en de zomermaanden op Hilversum I en II

tekst: Hans Knot

In de 60-er jaren van de vorige eeuw hadden onderzoekers, als het ging om radiobeluistering en meer, veel meer tijd nodig om een onderzoek af te sluiten en de gevonden resultaten openbaar te maken via de publicatie van een rapport vol bevindingen. Vaker niet meer dan twee A4’tjes. Zo dook ik uit het archief een berichtje op uit de maand december 1964 waarin als kop: ‘Radio besteedt te weinig aandacht aan eigentijdse muziek’.

Het taalgebruik destijds is ook afwijkend van tegenwoordig, want het persbericht begon met: ‘De Nederlandse geluidsomroep schiet in ernstige mate tekort wat betreft aandacht voor de hedendaagse muziek.’ Het was een van de conclusies van een in december 1964 verschenen rapport van de Raad voor de Kunst dat de titel ‘Symfonische repertoire van de Nederlandse geluidsomroep’ meekreeg. Een commissie ingesteld door voornoemde raad had hiervoor de programma’s onderzocht van de radionetten Hilversum I en Hilversum II in het seizoen 1961-1962.

Het bleek dat beide netten gemiddeld 8.02% aan symfonische muziek binnen de totale zendtijd hadden verzorgd. In het rapport hadden de makers duidelijk gemaakt dat dit percentage aan de zeer lage kant was. Veertig procent van de muziek werd uitgezonden in de vier zomermaanden, die een naar verhouding geringe luisterdichtheid hadden. Opmerkelijk daar de zomer maar uit drie maanden bestond gelijk aan alle andere jaargetijden, maar dat in het rapport over vier zomermaanden werd gesproken.

Ook had men geconstateerd dat op de zaterdagen, als wel de zondagen, het minste aantal minuten aan symfonische muziek werd uitgezonden, terwijl de meeste minuten waren toebedeeld voor uitzending op woensdagen en donderdagen. Van de zendtijd voor symfonische muziek werd 21,37% besteed aan de toen hedendaagse muziek. De samenstellers concludeerden dat dit te weinig was, mede omdat juist de radio de publieke smaak, door gewenning zou kunnen beïnvloeden ten gunste van de eigentijdse muziek. Tenslotte gaf men het advies dat vooral Nederlandse producties op het gebied van symfonische muziek meer aandacht dienden te krijgen dan de 2,98% die volgens het onderzoek het geval was.

Het plaatsje Aarlanderveen in Zuid-Holland, destijds in 1964 goed voor nog geen 1000 inwoners, kwam op 9 november dat jaar volop in het nieuws toen bekend werd dat een avonddienst van de Hervormde Gemeenschap in het dorp werd vervroegd en die avond om zes uur in plaats van zeven uur begon. De reden dat de leden van de Hervormde Gemeente Aarlanderveen eerder ter kerke gingen was dat een lachebek uit het dorp, met de naam Linda Groot, die avond haar televisiedebuut ging maken. Op de woensdag ervoor had een camerateam van RTV Noordzee opnamen gemaakt op de boerderij waar Linda werkte. Later die dag had het team zich verplaatst naar de zaal van het dorpscafé, waar een opvoering plaats vond van het stuk ‘De Sukkel’, waarin Linda een rol in speelt. Eerder had zij daarover vertelt in de film ‘Mensen van Morgen’ van Kees Brusse.

Toen bekend werd dat de televisie-uitzending die zondagavond zou gaan plaatsvinden is besloten de kerkdienst van de Hervormde Gemeente met een uur te vervroegen, zodat niemand de uitzending hoefde te missen. De Gereformeerde Gemeente paste destijds de kerkdienst tijd niet aan. Dominee W.J. Hoek achtte dit niet wenselijk mede omdat het merendeel van zijn gemeente beslist niet in het bezit was van een verderfelijk kijkkastje.

Opmerkelijk was dat de dochter van de hoofdagent van politie in het dorp, het enige gereformeerde meisje dat een rol in ‘de Sukkel’ speelde, wist te vertellen dat er in Aarlanderveen in de dagen voor de uitzending via RTV Noordzee geen enkele REM-antenne meer te koop was. Onderstaande link verwijst naar de prachtige documentaire ‘Mensen van Morgen’.

 

Het was toch wat, ik herinner mij een diefstal uit een kledingzaak in Beverwijk waar een huisvader, die totaal geen enkele wetsovertreding op zijn naam had, toch van diefstal werd beticht wegens het stelen van een eenvoudige metalen hanger, waar normaal broeken op hingen in de betreffende winkel. Achteraf gaf hij toe tot de diefstal te zijn gekomen daar zijn familie tot het moment van de diefstal verstoten waren geweest van ontvangst van RTV Noordzee, dat uitzendingen verzorgde vanaf het REM-eiland. Ten ore was gekomen dat deze kledinghanger op een bepaalde manier gedraaid functioneel kon worden gemaakt om de zwart-wit beelden van TV Noordzee de huiskamer binnen te laten komen. Ik vraag me af in hoeverre de mensen, die mijn wekelijkse column lezen, zelf die tijd hebben meegemaakt. Laat eens van je horen via HKnot@home.nl


De volgende reactie van Leen 1956 voegen we graag toe:

In 1964 was ik 8 jaar oud. Wij woonden toen op het platteland in Willemstad, Noord-Brabant. We keken zeker naar het REM-eiland zoals wij het televisiestation noemden. Mijn favoriete serie was Rin-tin-tin. Daarnaast natuurlijk ook Mister Ed, het sprekend paard en de Onzichtbare man. Verder kan ik me geen programma's herinneren.

We hadden geen speciale REM-antenne. Nederland keken we via kanaal 4 uit Lopik. De antenne voor kanaal 4 zal dus ook wel gebruikt zijn om de REM te ontvangen. In mijn beleving was de ontvangst nog wel redelijk te noemen. Nu waren wij wel gewend aan wat ruis in het beeld. We keken namelijk ook naar België Vlaams en België Frans. Volgens mij moest je dan niet alleen het juiste kanaal kiezen met een grote ronde draaiknop aan de zijkant van het Philipstoestel, maar moest je ook een kleinere knop die daar net onder zat verzetten. Dit had iets te maken met het aantal lijnen meen ik mij te herinneren.

Je moest ook de antennekabel omsteken van het ene wandcontactdoosje in het andere, want er kwamen twee lintkabels uit de antennemast naar binnen. Koppelfilters en coaxkabel hadden we toen nog niet. Als je pech had, begon het beeld ook nog eens te rollen. Met een klein finetune-knopje kon je dan proberen om het weer stil te krijgen. Haast onvoorstelbaar als je het vergelijkt met nu.

Comments are closed.