Nadenken over lokale radio in 1968

tekst: Hans Knot

Het zijn van die berichtjes in de kranten die mij in het verleden hebben aangezet een schaar te pakken en deze berichten uit te knippen. Want het ging niet alleen over radio maar het bericht kon ook nog eens van historische waarde zijn. Zo ook op vrijdag 3 mei 1968 toen in de kranten een bericht was geplaatst naar aanleiding van schriftelijke vragen die waren gesteld door leden van de Tweede Kamer aan de toenmalige minister voor Verkeer en Waterstaat, en aan die van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, mevrouw Marga Klompé.

Zij was destijds onder meer verantwoordelijk voor het omroepgebeuren in Nederland. De vraagstelling had betrekking op de mogelijkheden in de toekomst over de gaan tot het maken van radio op lokaal niveau. In ons land waren destijds slechts enkele regionale radiostations actief, waarbij bij lange na geen sprake was van landelijke dekking.

Marga Klompé

In ieder geval werd er door Klompé serieus op de vragen ingegaan want binnen haar Ministerie en die van Verkeer en Waterstaat waren een paar ambtenaren een tijdlang bezig geweest onderzoek te plegen naar de technische mogelijkheden voor het opstarten van lokale radiostations. En, zo vertelde ons de berichtgeving op 3 mei, het bleek inderdaad mogelijk twee plaatselijke radiostations te bouwen in de verschillende grote gemeenten als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Voor andere plaatsen, zoals Utrecht, Breda, Zwolle, Hilversum, Eindhoven, Groningen en Maastricht, was er slechts een mogelijkheid tot de bouw van één radiostation per gemeente.

Wel werd eraan toegevoegd dat de zenders met echt een gering vermogen in de ether zouden kunnen komen.  De schriftelijke vragen waren trouwens afkomstig van de leden van de Tweede Kamer drs. E. C. Visser en drs. M. Dijkstra, beiden vertegenwoordigers namens D66.

Maar er diende nog zeker het één en ander geregeld te worden want in het antwoord was te lezen dat informatie omtrent de vermogens van de te gebruiken zenders eerst kon worden gegeven nadat de hiervoor noodzakelijke coördinatieprocedure met de buurlanden zou hebben plaatsgevonden. Dit diende te worden gedaan aangezien het was voorgeschreven in de overeenkomst inzake onder meer de frequentieverdelingen gesloten tijdens een congres van de Internationale Telecommunicatie Unie in Stockholm in 1961. Daar deze procedure ook voor de buurlanden veel werk met zich mee zou brengen, kon hiermee niet worden begonnen voordat er sprake was van een meer concrete opzet van de toekomstige lokale radio. Een adder onder het gras want wat werd hier voor blokkade opgezet?

In het antwoord van de ministers was verder te lezen dat berekeningen hadden aangetoond dat storing in de ontvangst van de toen toekomstige landelijke fm- en tv-stations, veroorzaakt door de toekomstige lokale radiostations, binnen aanvaardbare grenzen zou blijven. Experimenten ter plaatse konden hierover slechts afdoende zekerheid verschaffen van storing op buitenlandse fm- en tv-programma's door de lokale fm-zenders. Het vermoeden was dat op vele plaatsen in de naaste omgeving van deze zenders storing onvermijdelijk zou zijn.

Derhalve vonden de bewindvoerders dat, wilde men storingen voorkomen, het aantal lokale radiostations beperkt diende te worden toegelaten. In een toelichting op hun vragen was door beide D66 Kamerleden gesteld, dat voor een deugdelijk functioneren van plaatselijke democratie de radio een belangrijke bijdrage kon leveren.

Lokale radiostations konden namelijk met hun zendvermogen doelgericht het grondgebied van de desbetreffende gemeenten tot in alle uithoeken bereiken. Ze voegden er nog aan toe dat het ontbreken van de technische gegevens en kennis van mogelijkheden de verdere ontwikkeling van lokale democratie in de weg zou staan.

Aldus deze herinnering aan de berichtgeving uit 1968. En kwam de lokale radio er snel? Ik heb er maar even op de achtergrond een oude opname gestart van het allereerste programma van de lokale radio in Groningen, de plaats waar als tweede in Nederland een experiment werd opgestart. Het allereerste programma werd op 12 november 1984 uitgezonden. Ja, u leest het goed, 16,5 jaar later nadat de vragen waren beantwoord over de toekomst van de lokale radio. En daarbij komt nog dat de eerste periode van de lokale radio in Groningen, dat bekend werd onder de naam Radio Stad, alleen te beluisteren was via kanaal 4 van het televisietoestel en op de lokale kabel op de ‘95FM’. En de presentator van het eerste programma? Dat was de schrijver van uw nostalgische column.

Comments are closed.