Radio nostalgie: KRO’s Springplank en wie volgde Cor Steyn op?

tekst: Hans Knot  

Verontrust dienen de luisteraars van het programma ‘Springplank’ even geweest te zijn in mei 1966 toen Ton Kool, producer van het programma waarin deelnemers een sprong naar de amusementswereld wensten te maken, opmerkte dat het tien jaar lang maken van hetzelfde radioprogramma een mooie tijd was voor programmamakers om ermee op te houden.

Brief bij aanmelding programma (klik om te vergroten)

Gelukkig voor de toenmalige luisteraars wist hij vrij snel daarna te melden dat men zeker niet zou stoppen en dat men rustig zou doorgaan. Het betrof een soort van talentenjacht programma waarvoor kandidaten uit het gehele land op provinciale bijeenkomsten een kans kregen zich te manifesteren om een plekje te vergaren in het reguliere radioprogramma dat in oktober 1955 voor het eerst werd uitgezonden.

Pierre Wijnobel, Jo Budie en Ton Kool waren vaak gezamenlijk op de regionale bijeenkomsten aanwezig om als een soort van jury te oordelen en vooral om af te serveren. Reden was vooral dat de deelnemers het voornamelijk aan zelfkritiek ontbrak en niet geschikt waren voor een optreden op de radio en/of de televisie en een, daarbij behorende, eventuele landelijke doorbraak.

Het drietal werd eens gevraagd, op een van de veertien avonden die er per jaar werden georganiseerd, waarom men zo hard reageerde op sommige optredens, die allen op het bandopnameapparaat werden vastgelegd en later in Hilversum uitgebreid werden afgeluisterd. Als antwoord werd er gesteld dat men vaak ordinaire en niets om hakken hebbende deuntjes ten gehore bracht met een élan of men in de categorie ´rasartiesten´ was en men maakte zich hierdoor belachelijk. Daarbij kwam volgens de heren ook nog eens bij dat in de directe omgeving van de kandidaten men er ook nog eens van overtuigd was dat men een prachtige carrière in zicht had, wat bij bepaalde personen de arrogantie nog meer aanwakkerde.

Maar niet alleen werd er negatieve kritiek gegeven ook vele artiesten lukte het wel de sprong goed te maken. In de eerste tien jaar van het bestaan van het programma kwam ongeveer 8 procent van de aanvragers van een auditie daadwerkelijk voor een radio-optreden in aanmerking.

Het programma ´Springplank´ is in 1955 ontstaan uit de zogenaamde ´Van zessen klaar club´ van Ger de Roos. Bekende namen uit de begintijd waren bijvoorbeeld Corrie Brokken, Annie Palmen en de Selvera´s. Nog een paar namen van artiesten die het zonder het programma niet hadden gehaald zijn Harry Bannink en Connie VandenBosch, maar ook de Limbrazusjes en Ko Hagendoorn in de jaren vijftig bekend en dus uit de beginjaren van KRO´s Springplank.

Kool vond het destijds een grote belemmering dat het werkterrein voor talenten in Nederland veel te klein was en men te weinig kans kreeg om regelmatig op te treden. Hij vreesde dan ook dat er steeds meer artiesten naar het buitenland zouden trekken, met Duitsland als absolute plek om goed te kunnen scoren en verdienen.

Voor vele jongeren was het programma het eerste begin van een verder optreden geweest. Was het talent nog te onrijp, dan werd geadviseerd wat hieraan te doen was om het geheel te kunnen verbeteren. Het repertoire dat de deelnemers aan ´de Springplank´ ten gehore brachten voor de microfoon, werd in overleg met Pierre Weinobel samengesteld. Rond mei 1966 vond men dat het aanbod aan beatgroepen wel erg groot was voor het programma en dus hoopte men op een spoedige terugkeer van de meer evergreens. Een groot deel van de toegelaten artiesten werd in het programma begeleid door het Cascade- en Springplankorkest.

In het voorjaar van 1961 verscheen de LP ‘Springplanksuccessen’ die werd uitgebracht door Philips. Op de LP tal van minder bekende artiesten maar ook Herman van Keeken, Conny van de Bos (voor aanpassing van haar naam) Liesbeth List, Dick Rienstra en Conny van den Berg. Het programma had een aantal presentatoren waaronder Kees Schilperoort. In 1963 begon ook een televisievariant op het radioprogramma.

In september 1977 kwam er een einde aan de wekelijkse uitzendingen van dit succesvolle KRO radioprogramma, dat velen vergeleken met een talentenjacht. Soortgelijke programma’s waren er onder meer bij de NCRV (Attentie), de TROS (Attent op Talent) en de VARA met ‘Voorstelling’ op de radio te horen.

Cor Steyn en Dorus

Een heel ander onderwerp betreft het bespelen van de omroeporgels. Grote orgels onder meer in gebruik bij de AVRO en de VARA in de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw. Ze vormden een warme klank op een vast tijdstip in de programma’s van voornoemde omroepen op Hilversum 1 en Hilversum 2. Om de vier maanden verwisselden in die tijd de omroepen van middengolffrequentie om ze allemaal het zelfde gemiddelde bereik te geven. Immers de ene frequentie had een verder bereik dan de andere. Maar als een van beide orgels werd bespeeld had men steevast, ook al omdat de concurrentie van de televisie minimaal was, een vaste luisterschare.

Als het om het VARA concertorgel ging dan is de naam ´Cor Steyn´ daar steevast lang aan verbonden geweest. In november 1975 kwam hij, na een hartstilstand te overlijden. Cornelis Gerardus Hendricus Steijn (beter bekend als Cor Steyn) werd in 1906 in Leiden geboren. Cor Steyn was echt een muzikaal wonderkind. Vanaf zijn vijfde kreeg hij piano- en vioollessen, en al op twaalfjarige leeftijd deed hij in 1918 vervroegd toelatingsexamen van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In 1920 begeleidde hij stomme film op de piano en trad hij voor het eerst op als concertpianist. Toen zijn vader door een ongeval arbeidsongeschikt raakte, brak de jonge Cor zijn studie af om als barpianist de kost voor het gezin te verdienen.

In 1932 trad hij in dienst van de VARA als pianist-accordeonist. Hij werd landelijk bekend als bespeler van het VARA-concertorgel. Vanaf 1935 verzorgde hij als organist ook de muzikale begeleiding van verscheidene artiesten in het Amsterdamse City Theater.

Maar hij was ook om andere redenen bekend. Zo schreef hij samen met Cor Lemaire in 1939 de muziek voor de speelfilm Boefje. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij van 1941 tot 1944 voor René Sleeswijk's ´Snip en Snap-revue´.

Na de bevrijding werkte Cor Steyn ook veel voor buitenlandse radiostations, waardoor hij internationale faam verwierf. In 1949 kwam hij in vaste dienst bij de VARA, aanvankelijk als medewerker van de propaganda- en programmadienst, vanaf 1950 uitsluitend als verzorger van uitzendingen. Hij was de leider van het 'Rhytmisch Strijkorkest' en het ensemble 'Zeven Man en een meisje'. Op 23 oktober 1951 verscheen hij voor het eerst op de televisie als pianist in het showprogramma van Cees de Lange.

Vanaf 1955 werkte hij samen met Tom´Dorus´ Manders, eerst op radio en televisie, later ook in het theater, onder andere in het programma ´Showboat’. Veel bekende liedjes van Dorus werden gearrangeerd en begeleid door Cor Steyn, zoals de hit ´Er zaten twee motten´. Cor Steyn werd door Dorus op humoristische wijze steevast ´Meneer Cor Steyn´ genoemd.

Maar in de lente van 1965, een half jaar voor zijn overlijden, leek het erop of Steyn een voorgevoel had te komen overlijden want hij stelde, op bezoek in Groningen, dat hij zijn opvolger al had gevonden. Hij hoorde in een gelegenheid Willy Weits spelen en vertelde hem onder indruk te zijn en er van overtuigd te zijn dat de Groninger hem bij de VARA na zijn overlijden zou gaan opvolgen als bespeler van het VARA Concertorgel.

In mei 1966 meldde het Nieuwsblad van het Noorden dat Willy Weits inderdaad spoedig op de radio zou zijn te beluisteren met de orgelklanken. Weits destijds: “Ik dacht nooit dat hij er in Hilversum over zou praten, maar hij heeft het wel gedaan". De belofte van Cor Steyn resulteerde in eerste instantie tot een aanstelling als hammond-organist bij de VARA.

Willy Weits

Andermaal het Nieuwsblad van het Noorden: “Gek genoeg werd hij in 1952 op zeer jeugdige leeftijd als accordeonist al noordelijk kampioen in de ereklasse van beroepsmusici. In het juryrapport stond toen onder meer vermeld: ‘Verplicht nummer; vlotte en gave techniek en zeer muzikale voordracht. Vrij nummer: Uitstekend, geen aanmerkingen."

De in 2004 overleden Weits was een ras Groninger die vooral het liefst in Stad en Ommenland wenste te spelen. Gaarne verwijs ik ook naar het in 2012 verschenen artikel: https://groninganus.wordpress.com/2012/02/20/willy-weits-en-zijn-hammond-orgel/

Comments are closed.