Jeugdsociëteiten in de jaren zestig

tekst: Hans Knot

Een deel van de Groninger jeugd had zich in de jaren zestig van de vorige eeuw, al dan niet positief, uitgeleefd in uitgaanscentrum het Krotje gelegen aan de westelijke rand van ‘Helpman’ en de nieuwe wijk ‘de Wijert’ en wel aan de Helperwestsingel. Ook werd de binnenstad wel aangedaan voor een bezoekje aan ‘Tour ‘66’ in de Gelkingestraat en/of het Soosje aan de Kruitlaan.

De stichting Centrum te Groningen beheerde deze drie centra en op 15 maart 1967 kwam het bericht in de lokale en regionale pers dat er wel eens snel een eind kon komen aan de activiteiten daar de Stichting Centrum op het punt van failliet gaan stond. De leiding had al besloten als gevolg van de precaire situatie alle drie jeugdsociëteiten in de stad Groningen te sluiten.

In de berichtgeving werd melding gemaakt van een totale schuld van meer dan tachtigduizend gulden. In de middag van 15 maart 1967 had er nog een laatste gesprek plaats gevonden tussen bestuursleden van de Stichting, wethouder W. Hendriks en een vertegenwoordiger vanuit Den Haag. De basis voor de grote schuldenpost van de Stichting werd gelegd in januari 1966.

Toen huurden de algemeen directeur van de Stichting, Tony Veuger en zijn broer Bé, die als economisch directeur optrad, een kelder aan de Tuinstraat. Hierin wilden ze een jeugdbar beginnen om weerstand te bieden aan de concurrentie van de net opgerichte jeugdsociëteiten ‘Daddle Doofy’, ‘High Society Club’ en ‘Société Artistique’.

Het Krotje

Deze drie toenmalige nieuwelingen troffen vooral de bestaande sociëteit 't Krotje aan de Helperwestsingel, die eigendom was van de Stichting en waar per avond soms 800 tieners kwamen. Maar door de nieuwe clubs liep de belangstelling voor het oude Krotje snel terug. Toen de heren Veuger voor bijna vijfduizend gulden aan de kelder verbouwd hadden, werd hun echter op grond van de Hinderwet verboden deze ruimte te betrekken.

De Stichting had toen net het pand in de Gelkingestraat in huur verworven, waarin tot dan toe een bloemenprikkersfabriek was gevestigd. Dit gebouw, dat aan huur vijfhonderd gulden per maand diende op te brengen, was oorspronkelijk bestemd voor de culturele en artistieke doeleinden van de Stichting die jeugdactiviteiten wenste te stimuleren.

Maar omdat het kelderplan was mislukt openden de heren Veuger op 1 mei 1966 hun ‘Tour '66’ in het Gelkingestraatpand. De verbouwingen en inrichting zouden toen bijna 40.000 gulden hebben gekost. Het liep in het begin storm in Tour '66, waarin men vanaf ’s middags twaalf uur terecht kon om te dansen en te ontspannen. Er werden echter meer frisdranken gedronken dan er geld geïnd werd en dit was ook in het Soosje en het Krotje het geval.

Verder zou een indrukwekkend aantal kruimeldiefstallen er toe hebben bijgedragen dat de schuld een 120.000 gulden bedragen zou hebben. De gemeente Groningen gaf toen 'n subsidie van 15.000 gulden, het Rijk sprong voor eenzelfde bedrag bij en een frisdrankenfabriek gaf nog een injectie van 8000 gulden. Hierdoor werd de schuld op ruim 80.000 gulden terug gebracht, en deze zou in maart 1967 nog hetzelfde zijn geweest.

Het dagelijks bestuur van de Stichting werd gevormd door dominee J. Matzer van Bloois, ir. B. F. Dijkstra uit Haren en de heer W. Rottinghuis. Het was dit drietal dat besloot de sociëteiten te sluiten.

Tour 66

Op 15 maart was met een verhuiswagen de inboedel uit de panden van Tour '66 en de frisdrankenbar Walther reeds weggehaald. Die dag, zo werd bekend gemaakt, zou er nog driftig overleg worden gepleegd door het bestuur over de vraag of men zelf zou overgaan tot het aanvragen van een faillissement. Duidelijk was dat de tieners in de Martinistad Groningen toch naar andere vormen van uitgaan dienden te zoeken.

Op 16 maart werd bekend gemaakt dat de gebroeders Veuger niet langer aan de Stichting Centrum verbonden waren. Het Stichtingsbestuur verklaarde die dag geen commentaar te kunnen geven, maar kwam desondanks later de dag met een verklaring.

“Tot leedwezen zijn we genoodzaakt onze activiteiten te staken. De jeugdgelegenheden 't Soosje, Tour '66 en Walter's Frisdrankenbar zijn inmiddels gesloten in afwachting van de liquidatie van de zaken. De ontwikkeling die zich in de afgelopen maanden met betrekking tot de exploitatie van de jeugdgelegenheden heeft voltrokken, maakt een voortzetting daarvan onmogelijk."

De oorzaken dienden volgens de woordvoerder vooral gezocht worden te bij interne moeilijkheden, die voortkwamen uit de aard en de houding van de groep jeugd op wie zich de arbeid van de Stichting richtte. Het stichtingsbestuur was voorts tot de conclusie gekomen als particulieren onvoldoende garanties te kunnen geven met betrekking tot de in de etablissementen omgaande en aanwezige goederen en gelden.

Het bestuur van de Stichting Centrum was enkele jaren eerder tot oprichting overgegaan om leefruimte te verschaffen aan de ‘ongrijpbare’ jeugd. Desgevraagd stelde men, ondanks de financiële problemen, toch nog te geloven dat positieve en creatieve elementen wel degelijk, zij het latent, in deze jonge mensen aanwezig waren, die met toewijding én werkelijkheidszin tot ontwikkeling zou kunnen worden gebracht."

Maar de sociëteiten hadden ook aantrekkingskracht op groepen jongeren die men er liever niet had gezien. De woordvoerder van de Stichting destijds: “Helaas echter vindt degene die zich deze jeugd aantrekt niet een homogeen gezelschap tegenover zich, maar een in zichzelf verdeelde groep waarin op eigenlijk elk ogenblik ongewenste stromingen de overhand kunnen krijgen. Het bestuur moet met spijt erkennen op basis van vrijetijdswerk de gecompliceerde en voortdurend wisselende situatie, die met name is ontstaan na de opening van Tour '66, niet in de hand te kunnen houden. Daarom moet, aldus het bestuur met zeer veel spijt en bepaald grote zorg voor de toekomstige ontwikkeling in dezen, het werk thans gestaakt worden".

Was bovenstaand niet toonaangevend voor veel jeugdsociëteiten in Nederland in die tijd?

Bronnen: Nieuwsblad van het Noorden en Gezinsbode maart 1967
Foto's: Poparchief Groningen e.a.

Comments are closed.