Woede op de Wallen, de AVRO en ordinaire zenders

tekst: Hans Knot

Vandaag 8 juli duik ik nostalgisch met je naar het jaar dat ik 11 werd. In 1960 viel 8 juli op een vrijdag. Een tot die week voor velen onbekende persoon met als bijnaam ‘Utrechtse Appie’ had eerder die week, op maandag, de voorpagina’s van vele kranten gehaald doordat hij een dag eerder in Amsterdam op de wallen de journalist Bram Brakel had neergeslagen. Waarschijnlijk had deze ‘Appie’ iets tegen publicatie op het gebied van toenmalige bewoners van de wallen, zo kon men lezen.

Op 8 juli stond hij alweer in de kranten voornaam op de voorkant en andermaal had hij toegeslagen. Op de donderdagavond was een filmploeg, onder leiding van de Italiaanse filmregisseur Luciano Emmer, aan het filmen op de wallen, wat Appie ook weer niet aanstond. Na eerst vocaal zich te hebben laten horen besloot hij de Italiaan aan te pakken en zonder pardon in het water van de Oude Zijds Achterburgwal te trappen. Opnamen werden direct gestaakt van de productie ‘Meisjes achter het raam’.

De dader, de 32-jarige A.G.B. werd wegens poging tot doodslag opgesloten in het naburig politiebureau. Om kwart voor acht in de avond, toen de opnamen waren begonnen, wendde hij zich behoorlijk aangeschoten tot een van de aanwezige technici en kwam de reden van zijn latere daad naar voren. Hij bleek ontzettend boos te zijn over de slechte vergoeding die zijn vrouw ‘Lange Bep’ van de filmmaatschappij zou krijgen omdat de opnamen de uitoefening van haar beroep belemmerden. Zij zou slechts 90 gulden per opnameavond krijgen, terwijl vrouwen, die geen last ondervonden van de filmopnamen, toch een bedrag van 50 gulden hadden uitgekeerd kregen.

Vervolgens maakte iemand van de omstanders ‘Appie’ duidelijk dat de technicus niets te maken had met de uitgekeerde vergoedingen en hij dus duidelijk bij Emmer diende te zijn. Hij liep vervolgens op Luciano af en schopte hem onmiddellijk in het groezelige water. Gelukkig waren er genoeg omstanders die hem snel uit het water konden halen. Droge kleren waren ook snel aanwezig maar onbekend is of deze kleding afkomstig was van klandizie van de ‘meisjes achter het raam’.

De AVRO publiceerde begin juli 1960 haar jaarverslag over 1959 waarin men ondermeer meldde dat men van mening was dat een toename viel te constateren van in een gedeelte van de vaderlandse pers verschenen campagne voor invoering van commerciële televisie en tegen het toenmalige omroepbestel. Dat was de AVRO-leiding opgevallen, naast de in 1959 toegenomen objectieve publiciteit in dag-, week- en maandbladen met betrekking tot de AVRO.

In het jaarverslag van de AVRO over 1959 merkte het bestuur van de AVRO ondermeer het volgende op: ‘Het komt ons voor geen toeval te zijn, dat de desbetreffende bladen veelal financieel in de commerciële televisie zijn geïnteresseerd. Indien deze veronderstelling juist is zou dit betekenen, dat een situatie is ontstaan, die niet in overeenstemming is met het goede journalistieke gebruik, dat de redactie zich onafhankelijk moet weten van de commerciële belangen van het bedrijf’.

In het jaarverslag sprak het AVRO-bestuur zijn vreugde uit over het feit, dat de overheid ten aanzien van de televisie iets meer armslag naar zendtijd en financiën had gegeven. Desondanks meende het bestuur, dat niet alleen het streven gericht diende te blijven op voortgezette uitbreiding van de zendtijd, maar ook werd de totstandkoming op zo kort mogelijke termijn van een tweede programma belangrijk geacht. Let wel we hebben het over de situatie in 1960!

De ervaringen die men met commerciële televisie in andere landen destijds reeds had opgedaan, was voor het AVRO-bestuur mede bepalend voor het blijvende afwijkende standpunt inzake eventuele invoering van commerciële televisie in ons land. Hierover meldde men in het jaarverslag: ‘Mocht de overheid besluiten het inlassen van reclame in de televisie toe te staan, dan, zo menen wij, zulks alleen op een wezenlijk verantwoorde wijze geschieden, indien een en ander wordt gerealiseerd onder auspiciën van de bestaande omroepverenigingen dan wel de Nederlandse televisiestichting’.

In het verslag werd tevens meegedeeld dat de AVRO eind 1959 voor het eerst in haar bestaan 400.000 leden telde. De AVRO-bode had een oplage van 440.000 exemplaren. Voorts werd geconstateerd dat de financiële positie in 1959 uitermate gezond bleef.

In 1960 was er bij lange na niet altijd sprake van eerlijke berichtgeving in de pers. Het is vergelijkbaar met sommige berichtgevingen in de hedendaagse kranten en andere media betreffende motorclubs. Als één persoon fout is dan wordt de hele motorclub als bende omschreven en wordt men veroordeeld ver voordat een rechter een uitspraak heeft gedaan.

Ik kwam het volgende redactionele artikeltje tegen in een krant van 9 januari 1960 over personen die zich destijds bezighielden met het verzorgen van niet legale vormen van radiotransmissie; in de volksmond vaak ten onrechte zendamateurs genoemd. Deze laatste groepering, zo werd en wordt er doorsnee vanuit gegaan, hebben een of meerdere examens gedaan en zijn in het bezit van een officiële licentie.

De verslaggeving, die in enkele GPD kranten was terug te vinden, ging wel heel ver: ‘Een ernstige zaak blijven nog steeds de geheime zenders. Daar zit óók een besmettelijk element in. Wat het voor mensen zijn die clandestiene radio zendamateurs? Helemaal geen lieden met een technische knobbel, maar merendeels werkschuwen, die zich op een of andere manier willen doen gelden. Op aanwijzing van anderen weten ze wat aan knopjes te draaien en met grammofoonplaten opzetten en afnemen is hun voornaamste werk gedaan.

Er zijn van die knapen, die er wat ordinaire leut tussendoor gooien, waaruit duidelijk blijkt met wat voor soort mensen men te doen heeft. In ieder geval met onverantwoordelijken, want lang genoeg is verspreid, hoeveel gevaar die clandestiene zenders kunnen veroorzaken. Wist U, dat er nog meer dan honderd van die ethermisdadigers in Nederland zijn, en dat er al een kleine 700 opgespoord zijn in de loop der jaren? Wat heeft dit al een geld gekost! Brood voor zichzelf zit er trouwens niet meer in tegenwoordig. Eertijds lieten Jan en Alleman voor zich plaatjes draaien tegen betaling van een gulden, thans zijn de etherpiraten blijkbaar tevreden met dankbetuigingen van even onverantwoordelijke elementen, die blij gemaakt zijn muzikaal omlijst — en hoe — met wat schunnigheden en bedenkelijke opmerkingen aan het adres van wie men op deze wijze eens ‘lekker’ te pakken wilde nemen. Het is verheugend, dat de PTT in het nieuwe jaar nog intensiever gaat opsporen en als dan de rechters in geen enkel opzicht meer genade laten gelden, zal het misschien gelukken dit kwaad op den duur uit de wereld te helpen.’

Niet alleen werd de veger gebruikt om alles op één hoop te vegen maar ook werd op een schandalige manier in een redactioneel artikel de medemens belachelijk gemaakt. Valt nog mee dat men niet het idee aanleverde om strafkampen voor deze werkschuwen en onverantwoordelijke elementen op te richten. Volgende week een duik in een ander jaar.

Print Friendly, PDF & Email

Comments are closed.